LEZING PAULUSKERK

De psychologie van het sadomasochisme (SM)



 

Uit: Journal of Social Work and Human Sexuality 7;1(1988), S. 43-56

Charles Moser, Ph.D., M.D.

Aus dem Amerikanischen von Petra Schmidt. Die Verwendung und Verbreitung durch Datenschlag geschieht mit freundlicher Genehmigung des Autors.
Nederlandse vertaling door Wouter Engelsman ©

Prof. Charles Moser is een van de weinige onderzoekers op seksueel gebied, die zich met vragen over sadomasochisme bemoeid hebben. In 1979 promoveerde hij bij prof. Haeberle aan het Institute for Advanced Study of Human Sexuality in San Francisco.


De relatie tussen de liefde en de pijn is een van de moeilijkste en tegelijkertijd ook een van de belangrijkste problemen in het totale veld van de seksuele psychologie. Hoe komt het toch dat de liefde pijn toevoegt of liever toevoegen wil? Ö Als het ons zou lukken deze vraag te beantwoorden, dan komen we een stuk dichterbij de oplossing van een van de grootste mysteries van de liefde. Tegelijkertijd zouden we dan de basis verduidelijkt hebben, waarop deze extreme vergissingen van de liefde berusten. (Ellis 1903/1936:66).

Met deze woorden begon Havelock Ellis zijn bespreking van het fenomeen dat tegenwoordig aangeduid wordt als Sadomasochisme (SM). Ook nu nog is het niet minder fascinerend en, ongelukkig, genoeg is er nauwelijks meer over bekend dan toen.

Het sociale stigma, dat over SM ligt, is zo groot, dat slechts weinige patiŽnten deze neigingen tegenover hun psychotherapeut of huisarts toegeven, uit vrees voor de reactie. Wat nog aan te tonen valt, is dat SM zo verbreid is, dat alle klinieken, zonder het te weten, SM-ers in hun praktijk gezien moeten hebben. Misverstanden over het wezen van de SM cultuur en SM-ers  voeren vaak tot onjuiste aannames en tot vervreemding van SM-ers onder de patiŽnten. Deze verhandeling probeert zowel de SM-ers als ook de problemen waarmee hun psychotherapeuten regelmatig geconfronteerd worden, te ontdoen van hun geheimzinnigheid en deze problemen te beschrijven.

Definitie van het fenomeen

Er bestaat geen algemeen geldende definitie van hoe SM gedrag eruit ziet en de mensen die een SM identiteit aannemen, tonen een zeer breed spectrum aan seksuele fantasieŽn. In de spreektaal is de definitie van SM een erotische belangstelling voor het uitdelen of verkrijgen van pijnlijke stimulansen (fysiek of psychisch). Verder handelt het zich om het waarnemen van pijn door de ogen van de waarnemer; de ontvanger kan de ervaring als pijnlijk beschrijven, maar dat moet echter niet. Deze definitie is uitgangspunt voor de wetenschappelijke definitie, hoewel ze blijkbaar niet aangepast en sterk vereenvoudigd is. Moser (1979) en Weinberg, Williams und Moser (1984) bediscussiŽren de problemen uitgebreid en op deze manier wil men tot een acceptabele definitie komen.

Ten behoeve van deze verhandeling  is een SM-er een persoon, die inderdaad dit gedrag vertoont en zichzelf  beschouwt als bezig te zijn met SM of iets dat daar op lijkt1. Bovendien nemen SM-ers alleen maar deel aan handelingen tussen volwassenen. Terwijl leden van iedere groep Terwijl leden van allerlei groepen zich te buiten mogen gaan aan onvrijwillige handelingen, wordt van SM-ers meteen, ten onrechte, aangenomen dat zij hun partners dwingen.

Oorzaken

De meeste theoretici die de oorzaken van seksueel gedrag en seksuele neigingen proberen te verklaren, slaan SM over. De bestaande theorie is een extrapolatie van concepten, die zonder specifieke kennis van de SM cultuur op andere seksuele variaties kunnen slaan. De betreffende literatuur is vaak afkomstig van schrijvers die op geen enkele manier contact hebben gehad met SM-ers en zelfs over niet over voldoende steekproeven konden beschikken. Hierna volgt een onvolledige opsomming.
`Krafft-Ebing (1886) suggereert, dat SM een aangeboren afwijking is. Freud verklaart SM als een transmutatie van de doodswens of eenvoudigweg als een met seks verbonden agressie (geciteerd door Levitt in 1971). Stekel (1929/1953) geeft in overweging dat SM een vorm is van psychoseksueel infantilisme, terwijl Reik veronderstelt dat de masochist bang is voor het orgasme of iets associeert met het orgasme. Horney (geciteerd door Levitt in 1971) verklaart sadisme als een neurotische behoefte aan superioriteit en masochisme als de poging om zekerheid en bevrediging door afhankelijkheid te verkrijgen.  Daartegenover gelooft Helene Deutsch (geciteerd door Ford & Beach in 1951) dat masochisme bij vrouwen normaal is. Voor Thorpe en Katz (1948) wijst sadisme op ontkenning en schaamte van vroeger en vermindert het castratieangst. Verder veronderstellen zij, dat masochisme ontstaat uit de wens naar superioriteit. Maslow (1942/1966) denkt dat SM neigingen zich ontwikkelen uit gevoelens van onzekerheid. McCary (1967/1973) neemt aan dat SM neigingen ontstaan uit een gevoel van afkeer voor alles wat met seks te maken heeft of uit castratieangst. Opgemerkt moet worden dat geen van deze theorieŽn voldoende onderbouwd is en dat net zomin bewezen is dat ťťn van deze theorieŽn slaat op steekproeven bestaande uit sadomasochistische mensen als op steekproeven bestaande uit vanilla's. Er bestaat omvangrijke psychoanalytische literatuur over de herkomst van SM (Panken 1973; Schad-Somers 1982) en ook is er enige literatuur aanwezig die gericht is op het gedrag (Annon 1974/1975). Ondanks de aanwezigheid van deze hypothesen is er geen algemene overeenstemming over wat de ontwikkeling van een sadomasochistische seksuele voorkeur Ė of willekeurig welke andere seksuele voorkeur  dan ook - veroorzaakt.

Omdat SM gedrag als transhistorisch (Ellis 1936) en als cultuuroverstijgend (Ford & Beach 1951) wordt gezien, kan ervan uitgegaan worden dat SM voor een deel als aangeboren menselijk seksueel gedrag beschouwd mag worden. Gebhard (1976) merkt op, dat "beschouwd vanuit het fylogenetische gezichtspunt het geen verrassing is, sadomasochisme bij mensen aan te treffen." Sadomasochistisch gedrag is ook bij zoogdieren bekend (Kinsey e.a. 1953).

Geschiedenis

Vůůr de pathologiesering van SM door Krafft-Ebing (1886/1997) gold SM noch als ziekte, noch als zonde (Bullough & Bullough 1977). Gedrag, dat we nu als SM zouden bestempelen, kwam vroeger heel algemeen voor in huwelijksrituelen (Kokkoka 1150/1965; Nefzawi 1400/1964; Vatsysayana 450/1964). Aan het einde van de 15e eeuw, kwam het eerste ondubbelzinnige geschrift over SM in omloop en dan nog eerder als medische curiositeit, dan als probleem (geciteerd door Ellis in 1936). Andere, op vergelijkbare wijze beschreven  casestudies volgden, maar SM werd nog steeds eerder als curiositeit dan als ziekte gezien. Omdat SM gedrag zich reeds in de 15e eeuw openbaarde, bevatten de historische verhalen uit die tijd niet voldoende informatie om eenduidig te kunnen vaststellen of dit gedrag goedkeuring van beide partijen had en/of dit gedrag toegepast werd voor erotische doeleinden.

SM-ers

Enkele nieuwere studies met SM steekproeven proberen individuen te beschrijven, die dit gedrag vertonen (vgl. Breslow, Evans & Langley 1985, 1986; Levitt, Moser & Jamison 1994; Spengler 1977). Deze onderzoeken hebben Ė met uitzondering van het SM gedrag Ė geen belangrijke verschillen tussen SM-ers en niet ĖSM-ers naar voren gebracht. De personen uit de SM steekproeven waren over het algemeen beter opgeleid en welgesteld. Maar dat hangt samen met het soort mensen dat meedoet aan seksueelwetenschappelijke onderzoeken. Er wordt aangenomen dat SM-ers in alle socio-economische klassen en groepen te vinden zijn. Het is niet bekend of uit de onderzoeken is gebleken of alle seksuele neigingen evenredig vertegenwoordigd  waren. Maar in ieder geval zaten er homoseksuele -, heteroseksuele -, biseksuele - en transseksuele mannen en vrouwen bij.

Er gaan de wildste schattingen over het percentage SM-ers op de gehele bevolking. Tenminste een deel van de verschillende getallen heeft te maken met de verschillende definities van wat onder SM verstaan moet worden, die door de verschillende onderzoekers worden gehanteerd. De schattingen lopen uiteen van circa 50% van degenen die aangegeven hebben tenminste ietwat erotisch te reageren als zij gebeten werden (Kinsey e.a. 1953) tot ongeveer 5% die aangegeven hebben seksueel opgewonden te raken door het toedienen of  het ontvangen van pijnprikkels (Hunt 1974).

Het is de vraag of net zoveel vrouwen als mannen SM-ers zijn. Dit hangt samen met een zeer belangrijke theoretische vraag: Lijkt SM sterk op homoseksualiteit, waar men een groot aantal mannen en vrouwen vindt of is het een fetishgebeuren, waarbij slechts weinig vrouwen betrokken zijn? De laatste gegevens laten zien dat er toch een behoorlijk aantal vrouwen bij betrokken is (Breslow e.a. 1985; Levitt, Moser en Jamison 1994; Moser 1998; Weinberg, Moser & Williams 1984).

SM-ers hebben de neiging om met vele verschillende seksuele richtingen te experimenteren en leven niet alleen hun SM gevoelens uit (Moser 1988). De meeste van hen laten weten dat zij de SM praktijk en SM fantasieŽn niet nodig hebben om een orgasme te bereiken (Moser, Lee und Christensen 1993; Spengler 1977). Breslow e.a. (1985) stelde deze vraag in een andere vorm en ontdekte dat voor ongeveer 70% van de ondervraagden een orgasme gemakkelijker bereikt werd, wanneer SM deel uitmaakte van de handelingen. Verrassenderwijs kon worden vastgesteld dat SM activiteiten ook plaats vinden zonder dat zij op het verkrijgen van een orgasme gericht zijn (Moser 1993).

Het is belangrijk om aan te geven dat er geen aanwijzingen zijn dat SM-ers de een of andere gemeenschappelijke psychopathologie hebben of gemeenschappelijke symptomen hebben. Uit de klinische literatuur is geen consistent beeld van SM-ers af te leiden. Er zijn een paar pogingen gedaan om psychologische tests uit te voeren ter vaststelling van de verschillen tussen een SM-steekproef en een controlegroep, doch daarbij werden geen noemenswaardige  verschillen vastgesteld (Gosselin & Wilson 1980; Miale 1986; Moser 1979).

SM-ers noemen vaak de mogelijkheid om zowel de dominante als de onderdanige rol in te willen nemen; slechts weinig mensen geven uitsluitend dominante of onderdanige neigingen aan (Breslow et.al. 1985; Moser et.al. 1988; Spengler 1977). Er zijn aanwijzingen dat meer mensen de onderdanige rol dan de dominante prefereren, hoewel ze beide rollen in de praktijk spelen; dit is echter niet bewezen.

Sommige SM-ers zijn in staat langdurige relaties te onderhouden. Sommige paren doen aan SM gedurende iedere seksuele handeling, anderen hebben altijd tenminste ťťn SM element in alle seksuele handelingen en sommige paren gebruiken het SM spel gedurende hun gehele relatie. Sommige paren zien SM als een deel van het voorspel (de "seksstijl"), anderen zien het als een deel van hun levensstijl, terwijl weer anderen tussen deze twee stijlen heen en weer schommelen (Breslow e.a. 1985). De ingenomen rollen verschillen aanzienlijk. De rollen van meester/slaaf, dominant/onderdanige, volwassene/kind, heer/bediende, bezitter/lijfeigene, enzovoort zijn duidelijk en geven aan welke verschillende karakteristieken er in een relatie zitten en helpen om die handelingen vast te leggen die acceptabel zijn.

Over het algemeen geloven SM-ers niet dat hun SM neigingen een psychologisch probleem betekenen en willen hun SM gedrag niet wijzigen (Breslow e.a. 1985; Moser 1988). Ook als SM-ers zich zorgen maken over het feit dat hun SM activiteiten gevaarlijk zouden kunnen worden (Moser 1988), lijkt deze zorg toch misplaatst te zijn . Lee (1979) vond geen enkele aanwijzing die daarop leek en ook een zoektocht in de medische - en psychiatrische literatuur bracht dit soort gevallen niet aan het licht.2

SM gedrag

Normaal gesproken genieten SM-ers van een combinatie van fysieke en psychische stimulatie, maar toch hebben sommigen een precieze voorstelling van wat zij zich wensen. Deze voorkeuren kunnen zo speciaal zijn als bijvoorbeeld: geslagen te willen worden door een blonde vrouw met een blauwe zweep, terwijl zij sussende woorden uitspreekt. Onder de volgende voorkeuren zijn er die voor vele SM-ers gemeenschappelijk zijn, maar niet alle SM-ers genieten van deze  voorkeuren. Eveneens betekent meedoen niet automatisch dat iemand SM-fantasieŽn heeft.

Fysieke voorkeuren
De fysieke voorkeuren omvatten boeien, lichamelijke discipline, intensieve stimulatie, ontzeggen van waarneming en veranderingen aan het lichaam. Deze categorieŽn kunnen elkaar aanvullen en sluiten elkaar absoluut niet uit. Boeien staat voor alles wat ligt tussen b.v. neerdrukken of boeien op een manier waaruit het gemakkelijk is te ontsnappen tot en met het gebruik van materialen waardoor een persoon volledig onbeweeglijk wordt. De categorie bevat bovendien de gedeeltelijke immobilisering door het gebruik van handboeien, touwen en speciale kleding zoals korsetten.

Lijfstraffen beslaan het gebied van slagen met de blote hand, via zwepen tot aan het slaan met de rotan. Het kan gebeuren dat er als gevolg van een behandeling geen sporen achterblijven of misschien slechts een klein beetje rode huid, die na een paar uur weer verdwenen is. Maar het kan ook gebeuren dat er omvangrijke bloeduitstortingen, striemen of andere verwondingen optreden, die een aantal dagen of zelfs weken zichtbaar blijven. Vaak herkent de ontvanger deze slagen niet, weet hij of zij niet welke graad van weefselletsel toegebracht is. Net zomin staat de intensiteit van de pijn in relatie tot de aangebrachte weefselbeschadiging.

Intensieve stimulatie omvat krabben, bijten, ijs, heet water, etc; het gaat hier om activiteiten die een sterk gevoel geven terwijl er zeer weinig of helemaal geen weefselbeschadiging optreedt.3 De variatiemogelijkheden van deze activiteiten zijn zeer groot en worden bepaald door duur en wijze. Iemand een paar maal over de rug krabben, kan zeer aangenaam zijn; iemands rug gedurende een uur te krabben, zal waarschijnlijk zeer pijnlijk zijn. Zo vallen in deze categorie ook de mechanismen die de gevoeligheid versterken (zo zijn slagen met de hand op een natte huid veel intensiever dan die op een droge huid). Het wegnemen van een waarneming kan de gevoeligheid laten toenemen en tegelijkertijd het gevoel van kwetsbaarheid vergroten. Iemand die een blinddoek draagt, weet niet wanneer en waar de volgende slag treffen zal. Het niet op een slag voorbereid zijn, kan betekenen dat de gevoeligheid stijgt en de ontvanger concentreert zich heel erg daarop. Verdere voorbeelden van het onttrekken van waarneming zijn maskers, oordoppen en knevels. Veranderingen aan het lichaam omvatten tatoeŽring, piercing, brandmerken, verbrandingen, etc. Omdat de meeste van deze veranderingen blijvend behoren te zijn, zijn ze dat vaak genoeg toch niet. Maar vaak worden dit soort veranderingen gezien als bewijs van toewijding aan SM, als versiering of als gevoeligheidverhogend. (Moser e.a. 1993).

Psychische gevoelens
Psychische pijn wordt veroorzaakt door vernedering, verlaging, onwetendheid, bezorgdheid, machteloosheid, zorg en angst.  In de SM wereld is de meest voorkomende psychische pijn de vernedering, maar er bestaat ook een algemeen vernederend gedrag. Deze gevoelens kunnen door verbale uitingen of handelingen worden veroorzaakt. De onderdaan verbaal terechtwijzen (b.v. "Wat ben jij voor een armzalig stuk slaaf"), van onderdanen eisen dat zij pijnlijke of laag bij de grondse handelingen verrichten (b.v. het toilet schoonmaken of de voeten of schoenen (laarzen) van de dominant kussen), of ze in een kwetsbare situatie achterlaten (b.v. zonder geld, sleutels of kleren), enz.. SM-ers melden vaak dat de overdracht van de macht, met beider goedkeuring, hetgeen is dat op hen een erotische uitwerking heeft en dat de pijn een middel is om deze overdracht te verwezenlijken.

Klinische problemen

SM-ers kunnen net zo goed als mensen die andere seksuele richtingen aanhangen, psychische problemen hebben. Het is niet gemakkelijk om vast te stellen of de SM interesse of  de beoefening van SM een probleem veroorzaken kan of versterken kan of dat ze geen basis voor het probleem vormt. Een serieuze analyse vereist een behoorlijke kennis van de SM cultuur en een goed inzicht in de SM-praktijk in al haar facetten. Daar er echter maar zeer weinig experts op SM gebied  zijn, is een inzet zonder vooroordelen en de bereidheid je verder te bekwamen op dit gebied, essentieel. Het inzicht dat SM een onbehaaglijk thema is voor een klinisch psycholoog, is een prima reden, een patiŽnt door te schuiven. Zelf bezig te zijn met SM is nog geen voldoende kwalificatie. 

Hierna volgen een paar voorbeelden van problemen in de volgorde van wat het meest voorkomt. Blijkbaar helpt de faam van de schrijver hem nog aan enkele patiŽnten, die hem juist opzoeken of hem juist mijden. Daarom weerspiegelt de volgorde van de problemen niet de mate waarin een probleem voorkwam.

(1)Ben ik normaal?
Hier gaat het in de meeste gevallen om. Dit is het meest voorkomende en tevens ook het eenvoudigste probleem. Mensen die beginnen met het onderzoeken van hun SM wensen, gaan van dezelfde mythen uit als die in de maatschappij heersen.  Je bent bezorg dat SM een pathologische toestand is, die mensen ertoe beweegt afschuwelijke misdaden te begaan en schadelijk is voor de levenskwaliteit. Zulke zorgen zijn wijd verspreid. SM-ers geloven vaak dat hun gedrag tot gevaarlijke activiteiten kan leiden en dat het optreden van ernstige verwondingen slechts een kwestie van tijd is. Dat is niet in overeenstemming met de werkelijkheid; SM-spel heeft slechts zelden verwondingen tot gevolg (Lee 1979).4  Aanmoedigen, voorlichten, maar de doorverwijzing naar zelfhulpgroepen lost dit probleem vaak zelfs in slechts ťťn sessie op; meer dan zes sessies zijn zelden nodig.

Je hoort vaak van SM-ers de klacht dat de SM levensstijl voor hun een probleem is. Het is belangrijk op te merken dat sommige mensen van een bepaald seksueel gedrag, om de meest verschillende redenen, snel af willen. Het ontkennen van de eigen seksuele voorkeur wordt echter over het algemeen als problematisch ondervonden. Mensen met dit soort klachten zouden eigenlijk vergeleken moeten worden met homoseksuelen in hun coming-out fase.

(2) Kunnen we deze wensen kwijt raken?
Sommige SM-ers smachten naar een eenvoudiger seksuele levensstijl en zouden hun seksuele geaardheid gaarne veranderen. Helaas is het onmogelijk of in ieder geval zeer moeilijk de seksuele geaardheid te veranderen. Men kan SM-ers helpen door niet-SM gedrag te erotiseren, maar pogingen om SM gedrag niet meer als erotisch te beschouwen, lukken slechts zeer zelden en zijn vaak van korte duur. Dit hoort in het grote veld van de gedragstherapieŽn Bovendien speelt hier de ethische vraag mee of dit gedrag passend is en of dat geoorloofd is. Pogingen om mensen gerust te stellen of voor te lichten zijn vaak behulpzaam, maar enkele patiŽnten, die hun seksuele geaardheid willen veranderen, zijn slechts tevreden met de meest rigoreuze therapeutische interventies.

(3) SM vernietigt onze relatie
De meeste paren hebben tenminste zo af en toe relatieproblemen en paren die aan SM doen vormen hierop geen uitzondering. Het is algemeen bekend, dat het paar het SM aspect van hun relatie de schuld van deze problemen geeft, maar een relatietherapie brengt meestal veel meer laag bij de grondse oorzaken aan het licht. Of nu gewone oorzaken schuld zijn of dat het aan SM ligt, een traditionele relatietherapie kan over het algemeen geen kwaad. Kennis van de SM cultuur is voor de therapeut van het paar zeer van belang, om zinvol te kunnen interveniŽren. Niet alle SM paren bestaan uit een dominante en een onderdanige partner. Vele paren, die problemen hebben, bestaan uit twee overwegend onderdanige mensen, die afwisselend de dominante rol op zich nemen. Blijkbaar kan dit in de loop der tijd tot een probleem leiden. Bij een kleiner aantal paren zijn beide partners overwegend dominant, doch deze mensen neigen ertoe SM activiteiten niet met elkaar te beoefenen.

(4) Ik kan dit dubbelleven niet langer volhouden
Er zijn talrijke voorbeelden van groffe discriminatie van SM-ers. Sommige mensen hebben door hun SM geaardheid hun werk verloren, zijn tot gevangenisstraf veroordeeld, onterfd, zijn vrienden of de voogdij over een kind kwijt geraakt. Dit heeft ertoe geleid dat veel mensen hun SM activiteiten zeer goed verbergen. Het ontkennen van SM neigingen kan tot stress en tot ontevredenheid met de "Vanilla" levensstijl leiden ("Vanilla" of vanille is bijvoeglijk naamwoord waarmee in de SM cultuur een niet-SM-relatie wordt aangeduid). Zelfs wanneer de ontdekking niet de allesbeheersende angst geldt, zijn er toch nog problemen met de integratie van de SM levensstijl in de wereld van alledag. Enkele SM-ers zouden hun levensstijl  het liefst 24/7 (24 uur per dag, 7 dagen per week) willen beleven, maar zij kunnen dat niet omdat er geld voor levensonderhoud verdiend moet worden en ook omdat er andere verplichtingen zijn. Omdat ze niet in staat zijn hun SM levensstijl te kunnen beleven zoals zij dat graag willen, wordt dit vaak door deze mensen als een gedwongen dubbelleven omschreven. Het is vaak moeilijk voor de enkeling om dit probleem door te werken. Het heeft zich positief bewezen de patiŽnt bij het zoeken naar een hulpgroep, een relatietherapie en creatieve oplossingen te ondersteunen, zoals bijvoorbeeld het bezig zijn voor andere SM-ers of  een minder traditionele baan waarin meer mogelijkheden ter beschikking staan.

(5 ) Ik kan geen partner vinden
Weliswaar heeft de auteur vanuit zijn beroep nog slechts weinig slachtoffers van dit fenomeen gezien, maar het schijnt hier toch om de meest voorkomende klacht te gaan binnen de SM cultuur. Omdat het niet altijd even gemakkelijk is om zelfhulpgroepen te vinden, omdat slechts weinig vrouwen zich open opstellen ten opzichte van SM, alsmede wegens de moeilijkheden een partner te vinden met overeenkomstige belangstelling zowel op het terrein van de wijze alsook op het terrein van de intensiteit van de activiteiten, lijkt het er echt op dat het bij dit probleem gaat om een belangrijke vraag uit de SM cultuur.  (Het is bovendien nog een algemeen probleem dat de totale vrijgezellenwereld aangaat). Het is de ervaring van de schrijver dat SM-ers die over deze moeilijkheid van het niet kunnen vinden van een SM-partner klagen, ook diegenen zijn, die problemen ondervinden bij het vinden van een niet-SM-partner. In deze gevallen heeft een training in sociale vaardigheden zich als zeer nuttig bewezen. Daarbij moet opgemerkt worden dat vele SM-ers zeer succesvol waren in het "wegnemen van remmingen", dat betekent dat zij in staat waren om mensen die nog nooit iets met SM te doen hadden, tot enthousiaste volgelingen te maken. Het is helaas niet bekend of deze "geconverteerden" ook na het verbreken van de oorspronkelijke relatie verder zijn gegaan op de SM weg, maar er zijn aanwijzingen dat dit inderdaad soms het geval is.

(6) Is het geweld of SM?
Vaak wordt de schrijver met zulke juridische gevallen geconfronteerd. Deze vraag wordt vaak gesteld in samenhang met de mishandeling van een echtgenoot of echtgenote, kindermishandeling, verkrachting, seksuele intimidatie, enz. De overgrote meerderheid van de SM-ers is niet in een spel met een onwillige partner geÔnteresseerd. Deze situatie lijkt veel op het verschil tussen verkrachting en gemeenschap met wederzijds goedvinden. Mensen zonder neiging tot verkrachting verliezen snel interesse in coÔtus als de partner onwillig is. Toch vallen sommige SM-ers op door hun gewelddadige handelingen, hetzij dankzij of ondanks hun SM geaardheid.

In deze situatie is de belangrijkste, klinische, vraag: "Welke uitwerking had het op u, toen het slachtoffer (het gaat hier meestal om een strafzaak) door de dwang seksueel opgewonden raakte?" Verkrachters, sociopaten, enz. vertellen, dat in het geval het slachtoffer van de aanval heeft genoten of daardoor opgewonden raakte, dat dit hun eigen opwinding negatief beÔnvloedde of dat het geen enkel effect had. SM-ers geven aan, dat ze stoppen als hun partner niet van het spel geniet. Dit is een belangrijk onderscheid tussen deze beide groepen en klinisch van groot belang. Als degene die de asociale handelingen verricht inderdaad een asociaal mens is, dan is de prognose slecht. Is hij echter een slecht aangepaste SM-er, dan kan training van de sociale vaardigheden zeer succesvol zijn.

Het is de ervaring van de auteur is dat SM-ers slechts zelden gewelddadigheden begaan. Als een SM-er met gewelddadige handelingen bezig is, heeft dit over het algemeen niets te maken met zijn of haar SM-geaardheid in het leven.

Samenvatting

We komen weliswaar gegevens tekort over de psychologische problemen van SM-ers, maar er kon niet aangetoond worden dat zij last hebben van het een of andere psychiatrische of zeer bijzondere probleem, dat in samenhang staat met hun geaardheid. Er is geen wetenschappelijke basis voor het ontzeggen van SM-ers van de voogdij,  adoptiemogelijkheden, recht op arbeid en veiligheid of welke andere rechten dan ook die in deze maatschappij geldig zijn.

Literatuur:

Literatuur

Annon, J. The Behavioral Treatment of Sexual Problems. Honolulu: Enabling Systems, Inc., 1974, 1975.
Breslow, N., Evans, L., und
Langley, J. "On the Prevalence and Roles of Females in the Sadomasochistic Subculture: Report of an Empirical Study." Archives of Sexual Behavior 14 (1985): 303-317.
dies. "Comparisons Among Heterosexual, Bisexual, and Homosexual Male Sadomasochists." Journal of Homosexuality 13; 1 (1986): 83-107.
Bullough, V.; und Bullough, B. Sin, Sickness and Sanity. New York: Meridian Books, 1977.
Ellis, H. "Love and Pain." Studies in the Psychology of Sex. New York: Random House, 1936.
Ford, C.S. und Beach, F.A. Formen der Sexualitšt. Hamburg: Rowohlt, 1968.
Gebhard, P. "Fetishism and Sadomasochism." In Sex Research. Hrsg. M. Weinberg. New York: Oxford University Press, 1976.
Gosselin, C. und Wilson, G. Sexual Variations. New York: Simon and Schuster, 1980.
Hunt, M. Sexual Behavior in the 1970's. Chicago: Playboy Press, 1974.
Kinsey, A.C. et al. Das sexuelle Verhalten der Frau. Berlin und Frankfurt am Main: G.B. Fischer, 1954.
Kokkoka. The Koka Shastra. New York: Stein & Day, 1965.
Krafft-Ebing, R. von. Psychopathia Sexualis. MŁnchen: Matthes & Seitz, 1997.
Lee, J. "The Social Organization of Risk." Alternative Lifestyles 2 (1979): 69-100.
Levitt, E.E. "Sadomasochism". Sexual Behavior September (1971): 69-80.
Levitt, E.E., Moser, C. und Jamison, K. "The Prevalence and Some Attributes of Females in the Sadomasochistic Subculture." Archives of Sexual Behavior 23;4 (August 1994): 465-473.
Maslow, A. "Self-Esteem (Dominance-Feeling) and Sexuality in Women." In Sexual Behavior and Personality Characteristics. Hrsg. M. De Martino. 1963; New York: Grove Press, Inc., 1966.
McCary, J. Human Sexuality. 2nd ed. 1967; New York: Van Nostrand Reinhold Co., 1973.
Miale, J.P. An initial study of nonclinical practitioners of sexual sadomasochism.
Niet uitgegeven dissertatie, San Diego, Professional School of Psychological Studies, 1986.
Moser, C. An exploratory-descriptive study of a self-defined S/M (sadomasochistic) sample. Niet uitgegeven dissertatie, San Francisco, Institute for Advanced Study of Human Sexuality, 1979.
ders. "S/M (Sadomasochistic) Interactions in Semi-Public Settings." Journal of Homosexuality 36;2 (1998): 19-29.
ders. "Sadomasochism." The Sexually Unusual: A Guide to Understanding and Helping. Hrsg. Dennis Dailey. New York: Harrington Park Press, 1988.
Moser, C., Lee, J. und Christensen, P. "Nipple Piercing: An Exploratory-Descriptive Study." Journal of Psychology and Human Sexuality 6;2 (1993): 51-61.
Nefzawi, S. The Perfumed Garden. Hrsg. A.H. Walton. 1400; New York: G.P. Putnam's Sons, 1964.
Panken, S. The Joy of Suffering. New York: Jason Aronson, Inc., 1973.
Reik, T. Masochism in Sex and Society. 1941; New York: Pyramid Books, 1976.
Schad-Somers, S.P. Sadomasochism. New York: Human Sciences Press, Inc., 1982.
Spengler, A. "Manifest Sadomasochism of Males: Results of an Empirical Study." Archives of Sexual Behavior 6 (1977): 441-456.
Stekel, W. Sadism and Masochism. 1929; New York: Liveright, 1953.
Thorpe, L. & Katz, B. The Psychology of Abnormal Behavior, New York: Ronald Press, 1948.
Vatsysayana,
Kama Sutra. c. 450; New York: Lancer Books, 1964.
Weinberg, M., Williams, C., und Moser, C. "The Social Constituents of Sadomasochism." Social Problems 31 (1984): 379-389.

Inloopgelegenheden:

Ressources

Zelfhulpgroepen voor SM-ers zijn er in vele vormen. Er zijn algemene groepen, groepen die gericht zijn op een bepaalde seksuele richting, groepen voor dominante mannen en onderdanige vrouwen, groepen voor dominante vrouwen en onderdanige mannen, groepen die gericht zijn op een bepaalde activiteit (b.v. piercing), die zowel op SM-ers als op niet-SM-ers gericht zijn, vrouwengroepen, mannengroepen, etc. Deze groepen ontstaan steeds weer opnieuw en heffen zichzelf ook weer op, zodat een opsomming van deze groepen geen zin heeft. Voor iedereen die toegang heeft tot het World Wide Web worden vele bronnen geopend onder het zoekargument "BDSM".


Auteursrecht:

Voetnoten

1. Verdere brgrippen zijn o.a. DS (dominance and submission), BD (bondage and discipline), kinky sex, lijfstraffen, machtsspellen, leerseks, etc.

2. Er zijn een paar aanwijzingen die duiden op door toeval ontstane problemen. Bijvoorbeeld ontstond er bij een vrouw een infectie nadat zij een piercing had laten zetten in een tepel. Er was op toegezien dat de piercing onder steriele omstandigheden door daarvoor opgeleid personeel gezet zou worden; toch ontstond er een infectie. Aangezien de infectie noch moedwillig noch door nalatigheid veroorzaakt was, kon men hier spreken van een toevalligheid. Hierbij moet opgemerkt worden dat bij de meeste sportieve (en seksuele) activiteiten toevallige verwondingen regelmatig voorkomen.

3. Bij door SM-ers gebruikte hete was, gaat het normaal gesproken om paraffine, dat absoluut geen brandwonden veroorzaakt. De duurdere kaarsen van bijenwas kunnen echter wel brandwonden veroorzaken en worden daarom zelden gebruikt

4. Er mag aangenomen worden dat over alle verwondingen, die ontstaan zijn in samenhang met SM, in de pers vermeld zijn. Over vergelijkbare gebeurtenissen (b.v. in het rectum van een patiŽnt aangetroffen gloeilamp of de ontvoering van een vrouw als seksslavin) is meer geschreven dan door de ernst van het probleem vermoedt kon worden. Het gebrek aan persberichten over verwondingen in samenhang met SM en het ontbreken van deze berichten in andere, professionele tijdschriften, duiden erop dat dit soort verwondingen zelden voorkomen

Alle rechten voorbehouden.

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieŽn, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de vertaler.